‘Een lach en een traan’ van Gerrit Barron was mijn lievelingsboek als kind. Later pikte ik de leesboeken ‘Wij en de wereld’ uit mijn zusje’s schooltas om alle verhalen uit de bundel te herlezen. Soms vertelde mijn oma een Anansi tori aan haar kleinkinderen en dan sloegen onze fantasiën weer op hol. We verzinden ons eigen verhaaltjes op los waar wij zelf door de straten van Paramaribo renden, naarstig op zoek naar verborgen schatten. Mijn zoontje van vier groeit niet op in Paramaribo en voor ‘Een lach en een traan’ is hij nog te jong. Maar ik ben vastberaden de Surinaamse verhaaltjes waarmee ik opgroeide, mee te nemen in onze bedroutine.

We zijn begonnen met de 8-delige serie van Lien en Wim. Waarom Lien en Wim en niet Jip en Janneke? Het is voor mij altijd enorm belangrijk geweest dat mijn Surinaamse cultuur even hard vertegenwoordigd wordt in de Surivlaamse opvoeding van onze zoon. En samendelven in Surinaams literatuur is daar een groot onderdeel van. Want in België is de zaterdagmarkt niets tegenover een echte wowojo. De bussen van de Lijn hebben de hoogtes niet gekend die een wilde bus in Suriname kent in een niet-geasfalteerde weg. En natuurlijk zijn deze ervaringen (nog) niet neergepend, maar er zijn tegenwoordig genoeg publicaties zodat onze Surinaams-Europese jeugd toch een glimp  kan opvangen van Suriname en alles daaromheen. En in plaats van ‘Suriname, here i come’ gingen we een positiever beelvorming van mijn cultuur.

De gordijnen worden opgetrokken en Lien en Wim betreden het podium.

Daverend applaus volgt, een staande ovatie.

Surinamers in de diaspora werpen zich in emotioneel in elkaars armen van blijdschap.

Uitgeverij Vaco heeft met de heruitgave van Lien en Wim niet alléén een home-run geslagen, maar ook een stukje cultuur in stand weten te houden.

Nog méér applaus volgt!

Ik begon dus aan deze serie in de schoolbanken van O.S. Zinnia. Rynn’s introductie was in zijn bed onder een donsdeken, omringd door al zijn knuffels. En samen, moeder en zoon, betreedden we de Paramaribo van mijn jeugd. Nou ja, misschien eerder de Paramaribo voor mijn tijd.  Maar in de Paramaribo van Lien en Wim kon ik toch sporen van mijn jeugd terugvinden. Die prasi oso’s, de palmbomen, de lijnbussen, viskarren, moeder’s hoofddoek en zelf die verdwaalde kat onder het huis. Zo herkenbaar en zo héérlijk nostalgisch.

“Mama, wie is paimin”

Ik word van mijn wolkje afgeduwd en besef dat termen als paimin en mae toch niet zo vanzelfsprekend zijn voor mijn Surivlaams ventje. Grote ogen trekt hij als hij de houten woningen ziet en de bus naar de markt heeft ook zijn aandacht getrokken. Voor mij is dit ooit een alledaags beeld geweest en voor hem is het een totaal ander wereld. Intussen word ik weer helemaal verliefd op deze serie. Op de tekeningen, op Lien en Wim en op de herinneringen die de serie allemaal oproept.

En hoewel de verhalen weinig inhoud hebben, maakt het voor kindjes en deze Surinamer helemaal niets uit. De monochromatische illustraties zijn fantastisch en bewijst dat eenvoud siert. Meer hebben we niet nodig. Nou ja, toch wel. We schaffen binnenkort ook ‘Loes en mama’ en ‘Wij en de wereld’ aan bij Vaco en breiden zo onze collectie aan Surinaams jeugdliteratuur nog een beetje uit.