Je valt op witte mannen noh?

Negentien en onbezonnen. Zwevend op de wolken van mijn droomjob. Ik werkte amper een half jaar als vaste journalist bij een avondkrant. En in de paar maanden was ik op plaatsen geweest waar een gewone mens niet gemakkelijk binnenraakte. Mijn dierbaarste bezit was een perskaart en op die leeftijd dacht ik dat de sleutel van Suriname om mijn nek bungelde. Met die illusie, want dat was het ook, wandelde ik een maandagochtend in januari de redactie binnen. Ik had de dagelijkse redactiemeeting gemist maar mijn dag kon niet stuk. In mijn achterbroekzak stak de geluidsrecorder met alles dat ik nodig had voor mijn artikel die dag.

Als jonkie op de redactie werd niet teveel verwacht en kon ik nog door met één artikel per dag. Ik zeg het je: het was een droomjob. Ik wandelde dus de gemeenschappelijke vergaderruimte binnen en stond oog in oog met twee spierwitte studenten. Even snel flitste die scene uit Wan Pipel door me hoofd: “… met je witte pier!!!”. 10 jaar later is een van de twee witte pieren mijn man. Einde verhaal.

Nou nee, zo ging het niet helemaal. Het was geen liefde op het eerste gezicht. Tenminste niet langs mijn kant. Als je het nu aan hem vraagt slaat hij trots op zijn borst en beweert van wel. Maar ik vermoed dat hij dit alleen beweert om punten voor romantiek te scoren. 
Wat volgde na die eerste ontmoeting waren enkele oppervlakkige gesprekken en een paar vriendschappelijke afspraakjes. Vriendschappelijk zeg ik! Want ik had niet door dat mijn Belgisch maatje hint na hint aan het droppen was. The man was diggin’ me maar ik was haast m’n eigen birdbox aan het spelen en had het niet door.  

Hoe dan ook, kon ik niet ontkennen dat er bij mij langzaam maar zeker vlinders begonnen te ontpoppen. Sis was diggin’ man too. Maar hoe pak je zoiets nu aan? Die jongen zou binnen een paar weken terug naar België vertrekken en dan was het einde van ons onschuldig geflirt. Dacht ik…

Tot die eerste kus…

Toen ik jaren later verhuisde naar België, nam ik een oud dagboek mee. Daarin had ik alle smsjes die hij me stuurde vlak voor die eerste kus neergepend. In haast elke sms schreef hij: “ik zie je graag”. Ik dacht dat hij bedoelde dat hij me aardig vond. In België leerde ik dat “ik zie je graag” het equivalent is van “ik hou van je”.
Wat zei ik? Die man strooide een pad met hints alsof hij klein duimpje was en ik had niets door. 

Die eerste kus dus. 

Het liet zo een indruk achter dat we allebei wilde zien hoeveel slagingskans onze relatie had. Twee weken later vertrok hij terug naar België om zijn studie af te ronden. Ik bleef achter en het leven ging gewoon door als voorheen. Behalve dat ik nu vaker naar cybercafés trok om op messenger hartjes en buzzers te sturen naar mijn nieuwe vriend in België. “Je valt nu op witte mannen noh?” Surinamers kennen niet allemaal sociale grenzen en meer dan eens werd er gevraagd als ik een voorkeur had voor een witte man in plaats van de black brother. Die vraag krijg ik nu nog. Het was geen voorkeur en dat is het nu nog altijd niet. Ik werd gewoon verliefd. Geen bijbedoelingen, geen voorkeur. Als dat mierzoet verhaal dat je ook in een alledaagse romcom zou tegenkomen. Pas op want dit verhaal wordt zoeter.

Een half jaar na zijn vertrek stond Arno terug op het tarmac van de Johan Adolf Pengel luchthaven en ik stond met mijn verliefde kop te wachten in de aankomsthal, om weken daarna met een betraand gezicht te staan in de vertrekhal. De hartpijn zou ik nog een paar keer ervaren.

Totdat hij drie jaar na de eerste keer definitief verhuisde naar Suriname. Tenminste dat dacht ik.

Einde verhaal.

De volgende keer vertel ik misschien hoe mijn vader reageerde toen ik hem zei dat ik mijn witte vriend bracht om kennis te maken.

05 comments on “Je valt op witte mannen noh?

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *