“Meneer, ik ga zelf roti met kip maken. Geef me die kerrie die jullie zelf gebruiken”.

De omoe – nee niet omoe, maar *baba – bukt zich onder zijn kassa en grijpt een pakje met de herkenbare gele inhoud.

“Ruik het”, zegt baba met een haast samenzwerende indruk. Ik snuif het spul zonder aarzelen op. Ja, het is de echte **masala zoals ik het me kan herinneren. Baba en ik knikken in stille verstandhouding naar elkaar. Hij weet het. Ik weet het. In mijn handen heb ik de masala die je in alle ***Roopram filialen terug kan vinden. Enkele weken later verkondig ik met heel veel show dat het eindelijk gaat gebeuren: Vandaag maak ik roti met kip!

In een flitsbezoek bij mijn schoonouders vraagt mijn schoonmama als we blijven eten. Er staat witloof op het menu. Ik bedank vriendelijk. Niets komt tussen mij en mijn roti. Thuis aangekomen zocht ik op Youtube hoe ik best eraan kon beginnen. En zo is het gegaan:

*Baba: Hoe we vroeger een Hindustaanse winkelier noemde. Baba is ook hindi voor vader of grootvader. Aangezien er tegenwoordig meer Chinese winkeliers zijn in Suriname, worden die meestal omoe genoemd. Omoe betekent dan weer ‘oom’ in het Surinaams.

**Masala: een geroosterd mengsel van Indische specerijen. De poeder is geel en best moeilijk om uit je kleren te wassen.
*** Roopram: Bekende Surinaams-Indische restaurant