Vlak voordat ik aan  mijn vakantie begon, kwam ik op het idee om een kookworkshop te volgen in Suriname. Het leek me gewoon een leuke activiteit om iets nieuw te leren en na lange tijd weer met lokale producten te werken. Eén, twee, drie seconden later had ik door hoe belachelijk dit idee was. Waarom betalen voor een kookworkshop als ik mijn moeder kon vragen om mij een nieuw recept te leren? Go las’ moni zomaar*.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik vroeg m’n moeder om mij griti banasoep te leren klaarmaken. We spraken af om de volgende dag eraan te beginnen. Wat ik op dat moment was vergeten, was dat mijn moeder dagelijks om rond zes uur ‘s morgens al in de keuken staat. Die vrouw is een vroege vogel en leert deze gewoonte zelfs in het weekend niet af. Dat betekende dat ik om half zes in de vroege ochtend ook een whatsapp- berichtje ontving met de aankondiging dat ze op mij wachtte om aan de kookles te beginnen.

Een ‘aai mi Gado’** later gleed ik uit mijn bed met de bedenking dat die kookworkshop toch niet zo’n slecht idee was. In de keuken stond mamalief klaar en paraat om de eerste instructies te geven. Zij was duidelijk uitgeslapen, maar ik niet. Ik kon zien aan haar gezicht dat ze echt wel zin had hierin. Misschien was ze van enthousiasme zelfs iets vroeger opgestaan. Plotseling vond ik het vroege uur niet zo erg. Ik kon zien dat dit moment veel voor haar betekende en dus ook voor mij. Mama kon lekker commanderen, ik zou een nieuw gerecht leren en samen hadden we na lange tijd weer een mooi moeder-dochter momentje om met elkaar te delen. Hoe vroeg het ook mocht zijn.

P.s. het was tegen dan half zeven in de ochtend.