Ik wil maar één kind en daar is niets mis mee

‘Dan wanneer komt die tweede’

‘Niet.’

‘Wat zei je?’

‘Tante, er komt geen tweede. We willen maar één kind’, zeg ik dan voor de zoveelste keer. Ik ben ervan overtuigd dat ik dit gesprek al met haar gevoerd heb en toch zijn we weer op dit kruispunt beland.

‘hmm… dat moet je niet zeggen mang. Er komt zeker nog een tweede. Een meisje. Je wilt toch een meisje’.

‘Tante, ik ben tevreden met m’n jongen alleen. Als ik nog eens zou proberen voor een meisje alleen, is de kans nog altijd groot dat ik weer een jongen krijg’.

‘Nee mang, je gaat een meisje krijgen. Ik weet het zeker’.

Met alle macht van de wereld probeer ik mijn ogen op hun plaatst te houden. Die sker’ ay, zal zeker niet gewaardeerd worden in zo’n familiesetting. Ik slik nogmaals mijn harde woorden in en kijk met smekende ogen naar mijn man. Help me, help me alsjeblieft! We hebben de gave om gedachten te lezen intussen flink onder de knie en hij springt in:

‘Tante! Als je zo graag met kinderen wilt spelen, kun je zelf maken toch’.

‘Tikkeltje onbeleefd schatje, maar ze weten dat je niet van de Surinaamse opvoeding heb genoten dus ze zijn je grovu manieren gewoon‘, gaat door mijn hoofd terwijl mijn ogen terug naar tante schieten. Zij heeft je zo te zien al vergeven en gaat ongestoord door:

‘Nee, ik ben te oud. Nu zijn jullie aan de beurt. God zal zorgen voor een meisje. Ik weet het’.

Tante had haar laatste woorden nog niet volledig uitgesproken toen mijn man plots recht sprong en onze zoontje onder zijn armen nam. Hij baande een weg naar de voordeur en mompelde iets over de speeltuin. We wisten wel dat we die twee de komende uren niet zouden terugzien. ‘Verrader!’, dacht ik met de hoop dat hij die gedachten ook kon lezen. En met een geforceerd glimlach draaide ik me terug naar tante om de onnozele babypraatjes in m’n eentje aan te horen.

Ik ben het intussen gewend. Het is immers niet alleen mijn familie die zo geïnteresseerd is in de werking van mijn baarmoeder. Vrienden en zelfs collega’s durven ook wel eens te vragen wanneer de tweede komt. Dat ik die vraag gewend ben, wilt wel niet te zeggen dat ik het oké vind. Integendeel, vind ik het nogal onbeleefd!

Wat gaat het een ander aan hoe ik mijn toekomst zie. Wat kan het tante schelen dat ik maar één kind wil. Wat geeft een ander het recht om te zeggen dat mijn kind eenzaam is zonder een broertje of zusje?! En ja! Mijn kind wordt verwend, omdat ik er maar ééntje heb en de ruimte heb om die te verwennen. Dat doe ik allemaal zonder in de portemonnee van een ander te gaan. En durf het niet om mijn zoontje te vragen als hij een broertje of zusje wilt, want dan vliegt de nette Surinaamse opvoeding in drie tellen de deur uit. Misschien wel zo snel als mijn man wanneer ze met de babypraatjes beginnen.

Dat wilt niet zeggen dat er nooit een tweede kind komt, maar voorlopig ben ik tevreden met eentje. We zijn een gelukkig gezinnetje van drie en hebben eerlijk gezegd onze handen al vol genoeg. De druk om aan een tweede kind te beginnen, is iets dat we totaal niet begrijpen. Zeker niet wie daar eigenlijk voordeel aanheeft. Hoe werkt het dan precies? We doen snel een iets te overdreven maar best realistische situatieschets:

1. Ik ben gelukkig met één kind!

‘Meisje, waar blijft die tweede?’

‘Die jongen van je zo eenzaam. Geef hem een broertje of een zusje noh!’

‘Wat scheelt er met je?’

2. Onder druk van familie en vrienden komt er nog ééntje.

‘Schat, die kinderen van je zijn schattig hoor’

‘Ja, wil je niet een weekendje op ze passen?

‘Wat? Nee meisje, ik heb het veel te druk’

‘Ok, niet erg. Het is wat krap deze maand. Kun je me misschien een lekkers lenen zodat ik de kinderen naar school kan sturen met boterhammen’

‘Hoe dan? Jij maakt kinderen, dan moet ik ze verzorgen? Wat is er met de jeugd van tegenwoordig. W’e meki p’kin ala presi. Da t’e puntje kom bij paaltje, I no man sorgu den’.

Misschien gaat het niet, omdat wij als vrouwen constant onder druk worden gezet om sneller dan we bereid zijn aan kinderen te beginnen. Of om een tweede of derde te maken vanwege de onnozele redenen van familie of vrienden. Doen we dat niet, dan is er iets mis met ons. We zijn te egoïstisch of moeten we blijven bidden voor het kind dat we willen, want dan komt alles goed. Zo werkt het niet. Laat ons en iets specifieker mij gerust zelf bepalen hoe ik de inrichting van mijn baarmoeder verder besteed. En tenzij jij dat tweede kind gaat opvoeden (en waarschijnlijk zelfs dan niet), blijft het bij eentje.

Sker’ay = schele/rollende ogen

Grovu = ruw, onbeleefd

Lekkers = wat geld

W’e meki p’kin ala presi. Da t’e puntje kom bij paaltje, I no man sorgu den’=

Jullie maken hier en daar kinderen. En uiteindelijk kun je er zelf niet voor zorgen

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *